Bharat Devotion
Embroidered artwork for Acharya Bhadrabahu en het behoud van de Jaïn-geschriften: Embroidered Jain ahimsa palm with a gold wheel, white marble temples and lotuses at dawn

Acharya Bhadrabahu en het behoud van de Jaïn-geschriften

Acharya Bhadrabahu en het behoud van de Jaïn-geschriften

Dit artikel belicht het leven van Acharya Bhadrabahu, de laatste Shrutakevali die alle heilige geschriften uit zijn hoofd kende, en hoe een periode van hongersnood leidde tot de historische splitsing in de Jaïn-traditie tussen de Digambara- en Svetambara-stromingen.

Binnen de Jaïn-traditie, een oude Indiase godsdienst die vrede en geweldloosheid voor al het levende centraal stelt, spelen heilige teksten een fundamentele rol. Volgens de overlevering werd de oorspronkelijke leer rechtstreeks door de spirituele leraren overgedragen in een tijd dat het onthouden van lange teksten uit het hoofd de norm was. Acharya Bhadrabahu wordt herinnerd als de laatste 'Shrutakevali', een titel die wordt gegeven aan een wijze die de volledige mondelinge en geschreven traditie van de geschriften nog uit zijn hoofd kende voordat deze verloren gingen of werden opgeschreven. De overleveringen over zijn leven en de exacte details van de overdracht verschillen enigszins per stroming, maar zijn historische belang staat buiten kijf. Rond zijn tijd werd Noord-Indië getroffen door een langdurige en ernstige hongersnood van wel twaalf jaar. Deze extreme omstandigheden brachten een grote verandering teweeg in de leefwijze en de verspreiding van de gemeenschap van monniken en volgelingen. Om te overleven en hun strenge geloofsregels te blijven volgen, besloot een deel van de monniken onder leiding van Bhadrabahu naar het zuiden van India te trekken, terwijl een ander deel in het noorden achterbleef. Door deze geografische scheiding en de jaren van ontbering ontstonden er geleidelijk verschillen in gewoonten, organisatie en de interpretatie van de regels. Dit was het begin van een historische splitsing binnen het Jaïnisme in twee grote stromingen die tot op de dag van vandaag bestaan: de Digambara-traditie, waarvan de monniken traditioneel geen kleding dragen als teken van volkomen onthechting, en de Svetambara-traditie, waarvan de monniken witte gewaden dragen. Ondanks deze verschillen in uiterlijke praktijk en de teksten die zij als authentiek beschouwen, delen beide stromingen dezelfde kernwaarden van geweldloosheid, waarheid en zelfbeheersing. Het tijdperk van Acharya Bhadrabahu markeert daardoor een scharniermoment waarin de oude mondelinge traditie transformeerde, en de basis werd gelegd voor de verdere ontwikkeling en verspreiding van het Jaïnisme door heel India.

Wist je dat?

De laatste Shrutakevali

Bhadrabahu droeg de titel 'Shrutakevali', wat betekent dat hij de volledige heilige leer uit het hoofd kende. Hij wordt beschouwd als de laatste wijze die dit complete mondelinge erfgoed bezat, vóórdat de teksten verloren gingen of werden opgeschreven.

Twaalf jaar hongersnood

Een ernstige hongersnood van maar liefst twaalf jaar trof Noord-India in zijn tijd. Deze extreme omstandigheden dwongen een deel van de monniken onder leiding van Bhadrabahu naar het zuiden te trekken, terwijl anderen in het noorden achterbleven – een beslissing met verstrekkende gevolgen.

De oorsprong van twee stromingen

Door de geografische scheiding en jaren van ontbering ontstonden geleidelijk verschillen in gewoonten en interpretaties. Zo dragen Digambara-monniken traditioneel geen kleding als teken van totale onthechting, terwijl Svetambara-monniken witte gewaden dragen – een zichtbaar verschil dat tot op vandaag bestaat.

Gedeelde kernwaarden

Ondanks de uiterlijke verschillen en de vraag welke teksten authentiek zijn, delen beide stromingen dezelfde fundamenten: geweldloosheid (ahimsa), waarheid en zelfbeheersing. Deze kernwaarden blijven de kern van het Jaïnisme, ongeacht de traditie.

Een scharniermoment in de geschiedenis

Het tijdperk van Bhadrabahu markeert de overgang van een zuiver mondelinge traditie naar een geschreven en meer verspreide vorm van het Jaïnisme. Zonder zijn rol en de migratie tijdens de hongersnood zou de religie zich mogelijk niet zo breed over India hebben ontwikkeld.